Geschiedenis
Foie gras wordt door sommige fijnproevers bejubeld als
een fijne delicatesse. Bij de meeste mensen ontstaat echter afschuw
wanneer ze leren hoe foie gras gemaakt wordt. Foie gras, Frans voor 'vette
lever', is het resultaat van extreme wreedheid tegenover dieren. Het is de
gezwollen en verziekte lever van eenden en ganzen die onder dwang
gevoederd worden. Net voor ze dreigen te bezwijken onder het overmatige
voedsel, worden ze naar het slachthuis gebracht. Het dwangvoederen leidt
tot een pijnlijke en snelle fysieke aftakeling van de vogels. In enkele
weken zetten hun levers zich uit tot tien maal de normale grootte. Met
grote moeite kunnen ze rechtop staan. Wanneer ze bijna niet meer kunnen
bewegen en ademen, worden ze gedood. Zogenaamde fijnproevers eten hun
uitgesneden lever vervolgens met veel smaak op.
De oorsprong van deze wrede dwangvoedermethode zou in
het Oude Egypte liggen. Men ontdekte er dat wilde ganzen zichzelf
volproppen alvorens hun lange trektochten aan te vatten. Egyptenaren
vonden het vette vlees en de vette organen van de volgepropte, wilde
ganzen beter smaken. Daarom probeerden ze hetzelfde effect te bekomen bij
ganzen in gevangenschap. Zo ontstond de dwangvoedermethode.Vele eeuwen
later zou ze uitmonden in de grootschalige, moderne foie gras industrie.
Opsluiting en wreedheid
Vandaag is de productie van foie gras vooral een Franse
aangelegenheid. De Fransen produceren en consumeren 90% van alle foie
gras. Jaarlijks worden in Frankrijk ongeveer 24 miljoen eenden en ganzen
gedood voor hun foie gras. Het overgrote merendeel van deze vogels zitten
gedurende hun hele leven opgesloten. Tijdens de weken voorafgaand aan hun
dood worden ze verschillende keren per dag onder dwang gevoederd.
In moderne foie gras
bedrijven worden ganzen en eenden doorgaans vastgehouden in kleine hokken
of kooien. Door hun zeer beperkte bewegingsvrijheid kunnen ze niet
ontsnappen aan de mensen die hen onder dwang voederen. Een voor een worden
de vogels vastgegrepen.
De metalen pijp van de voedermachine wordt tot diep in hun strot geduwd.
Dan pompt de machine in enkele seconden grote hoeveelheden van een
maïs-olie-mengsel rechtstreeks in hun slokdarm. In die korte tijdspanne
krijgen ze het equivalent van 5 kilo voedsel voor een mens naar binnen.
Deze brutale behandeling verwoest de gezondheid van de
vogels. Hun lever zwelt tot tien maal de normale grootte. Ademen en lopen
worden moeilijk. De abnormaal uitgezette lever drukt tegen de andere
organen en dwingt de poten een onnatuurlijke positie aan te nemen. De
vogels hijgen en kunnen met moeite rechtop blijven staan. Wanneer hun
poten het begeven, duwen ze zich met hun vleugels voort.
In deze ongunstige omstandigheden kunnen de vogels
zichzelf niet verzorgen. Het gebrek aan voldoende water verhindert hen om
hun normale verzorgingsinstincten te volgen. Omdat
ze hun veren niet schoon kunnen houden, koeken deze aan elkaar vast met
lagen vuil en
olie. Vogels op foie gras boerderijen krijgen daarom met zogenaamde ‘natte
halzen’ af te
rekenen.
Zoals bij alle eenden in de bio-industrie, worden ook in
foie gras bedrijven snavels ingekort. De vogels pikken immers op elkaar in
wegens het gebrek aan bewegingsruimte. Om de letsels ten gevolge van dit
pikgedrag te verminderen maakt men hun snavels korter. Niet lang na de
geboorte worden de uiteinden van hun bek met een gloeiend mes weggebrand.
Hierbij wordt in weefsel gesneden dat rijk is aan zenuwuiteinden.
Ontsnavelde vogels lijden aan
chronische pijnen voor de rest van hun leven. Zichzelf voeden en
schoonmaken vergt van hen
abnormaal veel moeite.
Leverziekte
Bij vogels in de foie gras industrie wordt het gezond functioneren van de
lever ernstig in gevaar gebracht. In medische termen uitgelegd verkeert
hun lever in een staat van hepatische lipidose of hepatische steatose. In
deze staat kan de lever zijn functies niet meer naar behoren uitvoeren.
Volgens de pluimveespecialiste en dierenarts Dr.Laurie Siperstein Cook
‘dient de lever om toxisch materiaal uit het bloed te verwijderen’. ‘Als
de lever niet meer naar behoren kan werken’ ,aldus dr.Cook, ‘dan blijft
het toxisch materiaal in het bloed circuleren. De vogels worden er ziek
van. Hun hersenen en sommige van hun organen worden beschadigd.’
Dr.Castes van de Ecole Nationale Vétérinaire de Toulouse
beschrijft dit fenomeen als een encefalopathie van de lever. Die ontstaat
nadat een endogene vergiftiging een leverstoornis heeft teweeggebracht. De
lever kan het bloed niet meer filteren. Giftige stoffen zoals ammonium,
mercaptans en schadelijke anti-genen krijgen daardoor vrij spel in het
bloed en kunnen het gevoelige, centrale zenuwstelsel bereiken. Wanneer het
centrale zenuwstelsel aangetast wordt, treden o.a.de volgende problemen
op: repetitieve bewegingen, epileptiforme crisissen, toename van
intracraniale druk vergezeld van migraines, stupor, coma en de dood. Het
sterftepercentage in de foie gras industrie kan tot 20 maal hoger liggen
dan dat in conventionele eendenkwekerijen. Veel voorkomende doodsoorzaken
zijn barstende magen en het doorboren van de hals door de metalen
voerbuizen. Autopsies op vroegtijdig gestorven vogels brengen abnormaal
gezwollen levers aan het licht, verscheurde luchtpijpen en slokdarmen,
door onverteerde maïs geblokkeerde kelen en slokdarmen, grootschalige
interne groei van bacteriën en schimmels.
Onterechte argumenten van de foie gras industrie
De foie gras industrie rechtvaardigt haar praktijken met
een verwijzing naar de natuurlijke gewoonte bij eenden en ganzen om zich
vol te proppen alvorens hun migraties te beginnen. De foie gras industrie
zou gewoon dit natuurlijke gedrag gebruiken. Deze rechtvaardiging is
echter onjuist.
Ten eerste proppen trekganzen zich nooit vol totdat de
dood erop volgt. Dr.Yvan Beck, een
Belgische dierenarts die een uitvoerige studie over de productie van foie
gras gepubliceerd heeft, verklaart dat ‘er geen vergelijking mogelijk is
tussen hetgeen in de natuur gebeurt en de extreme druk op het organisme
ten gevolge van het voeren onder dwang.’ ‘Aan het einde van dit extreme
proces,’ aldus Dr. Beck , ‘zijn de vogels niet meer in staat om de
kleinste inspanning te leveren, wat in absolute tegenstelling is met het
doel van het natuurlijke proces.’
Ten tweede zijn de door de foie gras industrie gebruikte
eendensoorten geen trekvogels. De gebruikte soorten, nl.de Muscovy en de
Mulard, missen de aanleg om zich vol te proppen zoals wilde ganzen. De
European Scientific Committee on Health and Animal Welfare meldde in een
rapport uit 1998 dat het kunstmatig volproppen van deze vogels uiterst
pijnlijk en afmattend voor hen is. ‘Hoewel de gedomesticeerde gans
aangepast kan zijn aan het opslaan van voedsel alvorens ze haar trektocht
begint, is het minder waarschijnlijk dat de Mulard-eend, een kruising
tussen de gedomesticeerde eend en de Muscovy eend, over deze gave
beschikt.’
Tegenwoordig is de Mulardeend, een kruising tussen de
Muscovy- en de Pekingeend, wereldwijd de meest gebruikte vogel in de foie
gras industrie. In de Verenigde Staten gebruikt men uitsluitend deze
vogelsoort, omdat ze makkelijker gekweekt kan worden dan ganzen of andere
eendensoorten. De mannelijke eenden zijn groter en beter bestand tegen de
zware belasting van het voeren onder dwang. De kleinere, vrouwelijke
eenden worden zelden gebruikt in de foie gras industrie. Ze worden ofwel
meteen na de geboorte gedood, of ze worden later gedood voor hun vlees.
Juridische maatregelen
Reeds tientallen landen hebben de productie van foie
gras gestopt. Landen waar een speciale wet tegen foie gras werd ingevoerd,
zijn o.a. Italië, Oostenrijk, Tsjechië, Denemarken, Finland, Duitsland,
Luxemburg, Noorwegen en Polen. Holland, Zweden, Zwitserland en
Groot-Brittannië verklaarden hun reeds bestaande algemene wetten tegen
wreedheden op dieren van toepassing op de productie van foie gras.
Ook in Israël, ooit 's werelds vierde grootste foie gras
producent, werd de productie van foie gras illegaal verklaard. Het
Israëlische Hooggerechtshof besliste in augustus 2003 dat de
dierenbeschermingswetten geen productie van foie gras toestonden. In het
39 pagina's lange vonnis legde rechter Strasberg-Cohen het als volgt uit:
‘Er bestaat weinig meningsverschil over dat de praktijk
van het voederen onder dwang leed veroorzaakt voor de ganzen.(...) De gans
wordt verhinderd om vrijuit te eten en krijgt meerdere malen per dag onder
dwang een energierijk voedsel te verwerken dat in hoeveelheid de
fysiologische behoeften overstijgt. Een metalen buis, door de welke het
voedsel in hun maag wordt gepropt, wordt in het lichaam van de ganzen
geplaatst. Deze werkwijze is gewelddadig en schadelijk.Ze veroorzaakt een
degeneratieve ziekte in de lever van de ganzen en doet de lever tot 10
maal de oorspronkelijke grootte uitzetten. Het is algemeen aanvaard dat
het vandaag onmogelijk is om foie gras te produceren zonder de ganzenlever
te verwonden.’
Rechter E.Rivlin die het vonnis samen met zijn
collega-rechter Strasberg-Cohen velde, verklaarde: ‘... niemand ontkent
dat deze schepsels ook de pijn kunnen voelen die hun toegebracht wordt
door fysieke schade of het gewelddadig binnendringen in hun lichaam. Het
voederen onder dwang is volgens sommigen gerechtvaardigd, omdat het
inkomen van de werknemers in de betrokken industrie gewaarborgd moet
worden en omdat het gastronomische genot van de consument verbeterd wordt.
Maar dit heeft een prijs. Deze prijs is een afname van de waardigheid van
de Mens. Zoals mijn collega rechter Strasberg-Cohen, denk ook ik dat de
regels m.b.t. het onder dwang voederen moeten opgeheven worden. Het
kunstmatig voederen onder dwang moet gebannen worden.’ Ondanks deze
juridische vooruitgang, blijft de wereldwijde productie van foie gras
toenemen.
In Frankrijk is de productie sinds 1990 in tien jaar bijna verdubbeld.
Bron:
www.nofoiegras.org